Als fotograaf heb ik ooit 100 inspraakavonden bezocht. Veel nieuwe plannen voor wijken en gebouwen. Daar heb ik heel veel artist impressions langs zien komen, 3-dimensionale toekomstbeelden die het publiek het ideaalplaatje van het architectenbureau toont. Twee zaken vallen daarbij op: de zon schijnt altijd en er staan geen olifantenpaadjes op.

Als ik dus kan concluderen dat stedenbouwkundigen olifantenpaadjes geen esthetische aanwinst vinden, vraag ik mij af waarom zij geen maatregelen nemen. Is dit bewuste struisvogelpolitiek?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Likkebaardend heb ik net met google maps boven het olifantenparadijs van Zuid-Amerika gehangen: Brasilia. Met dank aan architect Lucio Costa die eind jaren vijftig met een basisrecept van Le Corbusier een nieuwe hoofdstad voor Brazilië bakte.  Blijkbaar geen lid van de wandelvereniging die Costa, want hij rekende vooral op autoverkeer. Daniel Nairn of Discovering Urbanism heeft daar een prachtige post over geschreven.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ooit had ik het idee om alle olifantenpaden van Nederland eerst in kaart te brengen en ze dan van een glorieus hoog standpunt per hoogwerker te fotograferen. Bij Eurosupply in Moerdijk verhuurden ze de Nifty 90, de kleinste hoogwerker die zonder speciaal rijbewijs te hanteren is. Het was geen succes. Het zelf ‘stempelen’ van de hoogwerker was niet eenvoudig en het loeiende alarmgeluid die de Nifty laat horen als hij niet stabiel is geplaatst, suist nog in mijn oren. Plan B – groot statief en keukentrap die precies passen in mijn Fiat Punto – bleek wel een succesformule. Het wegwerkershesje hield ik er wel in. Door de ‘landmeter-look’ kreeg ik heel wat minder nieuwsgierige voorbijgangers bij mijn keukentrap met lastige vragen.

 

In de nazomer van 2010 haalde een olifantenpad in de gemeente Leusden de krantenkolommen. Een jarenlang ingesleten olifantenpad werd niet meer gedoogd. Wethouder Thijs Rolle had vanuit de raad vragen gekregen over een verkeersonveilige situatie en besloot maatregelen te nemen. Er werd een rood-wit bord geplaatst, een gracht gegraven en  een dijk opgeworpen. Het hielp niet. Rolle: ”We hebben er nog aan gedacht om rioolbuizen te plaatsen maar daar hebben we vanaf gezien. Er is nu zicht op een verharde oplossing via de provincie en daar wachten we op. In de tussentijd nemen we geen verdere maatregelen, de drang om het olifantenpaadjes te nemen is denk ik zo groot dat het vechten is tegen de bierkaai.”

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De oplossing voor het olifantenpadenvraagstuk lijkt eenvoudig. Want hoe verschillend al die paadje zijn, ze hebben één ding gemeenschappelijk: het is de kortste weg van A naar B.  Dus als stedenbouwkundigen met die wetenschap loop- en fietsroutes aanleggen kan er toch weinig mis gaan.

Er zijn voorbeelden van geduldige architecten – waaronder Rem Koolhaas – die in het oorspronkelijke ontwerp expres geen looppaden aanleggen. Ze analyseren eerst de zogenaamde ‘desire lines’ en passen het ontwerp aan. Of ze wachten tot mensen de olifantenpaadjes zelf inslijten en asfalteren ze vervolgens. Succes gegarandeerd. Op campussen in de Verenigde Staten zijn hier voorbeelden van, zoals ‘ The Oregon experiment ‘. Een project waar de gemeenschap met veel inspraak een universiteitsterrein vorm gaf, volgens de zorgvuldige desire lines.

Waarom is deze werkwijze meer uitzondering dan regel? Schrijver Don Norman heeft een simpele verklaring. Een architect krijgt betaald bij de afronding van een project. Wachten op ingelopen olifantenpaadjes duurt maanden en de architect krijgt al die tijd niet betaald. Zou het huidige facturatiemodel in de architectuurwereld dus de reden zijn voor ontstaan van olifantenpaadjes? Het heeft volgens Norman ook te maken met de top-down mentaliteit binnen de landschapsarchitectuur. Gemeenschappelijk met belanghebbenden wikken en wegen is in opkomst, maar een architect die een plan van bovenaf neerlegt is meer de gewoonte. Maar is het sowieso niet tijd voor landschapsarchitectuur open source style?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bij deze bedank ik Google voor vele olifantenpadentips. De functie streetview is een uitstekend naslagwerk.

Mijn eerste foto’s van olifantenpaadjes maakte ik in Tjechië maar daar is het geen kunst. Alleen al langs de route van het vliegveld van Praag naar de eerste metrohalte Dejvická had ik vanuit de bus een boekje vol kunnen schieten. Ook in de Oekrainë en Hongarije barst het van de olifantenpadenliefhebbers, waarschijnlijk aangemoedigd door de hoeveelheid Sovjet-architectuur van hoge flats en grote grasvelden. In de Moravische stad Olomouc ben ik met deze exemplaren begonnen. In het aankomende boek louter het Nederlandse landschap als decor, met slinkse sluikreclame voor de Praxis, IKEA en de Nederlandse Spoorwegen.

De Koreaanse ontwerper Jae Min Lim bedacht de ‘Ergo Crosswalk’, een slimkezige innovatie voor de problematiek die raakt aan het Olifantenpadenfenomeen. Ook op zebrapaden wordt de kortste weg van A naar B genomen, volkomen onlogisch dat ze rechtlijnig worden ontworpen. Bij Olifantenpaden zie je vaak een zelfde organische kromme boog ontstaan. Dat raakt weer aan de kromme gedachtengang van planologen die rechte zebrapaden aanleggen. Jenny van Dalen bracht dit laatst mooi onder woorden bij het zien van een olifantenpaadje: ‘Daar is zeker weer een architect met vierkante schoenen aan de slag gegaan.’

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Twee jaar geleden observeerde de Britse kunstenaar Daniel Staincliffe de gedaanteverwisseling van één olifantenpad een jaar lang.